Lely Industries implementeert PTC Windchill ‘blokje voor blokje’

PLM Sleutelfactor in onstuimige groei

Lely Industries, ontwikkelaar en bouwer van innovatieve machines voor de agrarische sector, groeit als kool. Het kop-staartbedrijf is volledig uit z’n jasje gegroeid op de locaties in Maassluis en Rotterdam. In Maassluis verrijst nu nieuwbouw, voor 800 medewerkers, van wie er meer dan 200 actief zijn in engineering, tegenover ‘slechts’ ruim 100 in de assemblage. ‘Wij halen onze kracht uit engineering’, verklaart coo Martijn Boelens. ‘Lely bestaat door productvernieuwing; vanwege ons continue innoveren koopt men Lely-machines.’ Product Lifecycle Management (PLM) is daarbij onmisbaar.

Uitdaging

De keuze van Lely voor ‘kop-staart’ dateert van ruim tien jaar geleden, vertelt Boelens.

‘Ons machinepark was verouderd, dus we moesten investeren. We wilden echter voor onze engineers vrijheid creëren. Ze moeten de technieken kunnen gebruiken die ze willen en niet de technieken die we toevallig in huis hebben.’

Dus moest Lely een supply chain van toeleveranciers opbouwen, en dat heeft een keerzijde. ‘Je krijgt er veel regelwerk bij om te zorgen dat je leveranciers precies doen wat ze moeten doen.’ Want, zo schetst Boelens, gevolg van de vrijheid voor de engineers is dat zij aan het ontwerp blijven sleutelen en continu een stroom wijzigingen produceren – van een extra veiligheidssticker tot een verbetering van de maakbaarheid van het fysieke product. ‘Wij moeten dan wel zorgen dat die wijzigingenstroom – zo’n tachtig per week voor de lopende productie – zo goed mogelijk aansluit bij de toeleveranciers. Het is nu al zover dat we bij de selectie van toeleveranciers niet kijken wie de beste prijs heeft, al blijft die heel belangrijk, maar dat minstens zo hard meeweegt wie het wijzigingsproces het beste onder controle heeft. Want als er in die wijzigingenstroom maar één leverancier hapert, ben ik al m’n kostenvoordelen kwijt. Sommige suppliers leveren wel twee of drie keer per dag bij ons direct aan de lijn aan. Alle onderdelen moeten op het juiste moment en in de juiste versie binnenkomen. Met name dat laatste maakt het lastig.’

Oplossing

Het wijzigingstempo van engineering vraagt om een dito snelheid in de supply chain, reden waarom Lely sourcet in de ‘regio’ (binnen 250 kilometer). Er komen ook wel onderdelen uit China, maar via een Nederlandse partij die ‘thuis’ buffercapaciteit heeft. ‘Face-to-face communicatie blijft belangrijk’, verklaart Boelens, ‘niet zozeer voor de bestellingen, maar wel voor de wijzigingen. Er is intensief contact tussen onze engineers en toeleveranciers, vanuit productie gezien soms zelfs te intensief. Af en toe gaat een toeleverancier al wijzigen terwijl productie bij Lely nog niet zo ver is. Dan krijg je versieverschillen, bijvoorbeeld printplaten met alvast gewijzigde componenten, waarop de software niet meer blijkt te draaien. ‘Dat bezorgt ons nog wel eens hoofdbrekens’.

‘Zie hier de noodzaak om PLM in te voeren. ‘Innovatie is ons Unique Selling Point en omdat we zo snel groeien, moeten we het wijzigingsproces goed onder controle hebben.’ Lely werkte in engineering met Pro/Engineer (nu PTC Creo geheten), het CAD-pakket van PTC, en koos daarop voortbouwend voor het PLM-pakket van dezelfde softwarefirma, PTC Windchill.

Nieuwe tools

Lely denkt strategisch na over PLM als backbone van de organisatie, zegt Robin van Raak, salesmanager bij GPO Solutions. GPO is al bijna twintig jaar Lely’s partner voor de producten van PTC. ‘Vanwege de snelle groei werd in 2006 duidelijk dat ze nieuwe tools nodig hadden voor het productontwikkelproces. Enkele mensen wisten hoe de processen liepen, maar met die local heroes redden ze het niet meer. Ze hebben sindsdien steeds strategisch bekeken welke processen ze in PLM wilden onderbrengen. Voor PLM is dat altijd ons advies: doe het blokje voor blokje.’

Boelens: ‘GPO komt, als onze vaste partner voor implementatie van PTC-systemen, wekelijks wel bij ons over de vloer, voor doorontwikkeling van die systemen.’ Met de database van PTC Windchill als fundament begon het met CAD-filemanagement. Intussen zijn onder meer workflows voor vrijgave en wijziging van een ontwerp toegevoegd. Sinds kort is er een automatische koppeling van PLM naar ERP, om de stuklijst van engineering om te zetten naar een stuklijst voor productie.

Meer functionaliteit

Wijzigingsbeheer is voor Lely dus een cruciale PLM-functie. Maar Boelens is nog niet waar hij wezen wil. ‘Ik zou het graag anders zeggen, maar op dit punt is onze communicatie met toeleveranciers voor negentig procent nog eenrichtingsverkeer. In ontwikkeling doen we wel veel samen en gaat het richting 50/50, maar als toeleveranciers al komen met wijzigingsvoorstellen voor lopende productie, dan worden die toch nog door onze engineering in het systeem ingevoerd.’ Ook voor technische documentatie heeft Lely nog een slag te maken. ‘In engineering loopt het beheren van wijzigingen nu al jaren goed, maar we moeten bijvoorbeeld ook zorgen dat we ze op tijd in spare parts-boekjes hebben staan.

Dat is nu nog heel veel stap-voor-stap informatie doorgeven; uiteindelijk willen we dat ook in een automatische workflow onderbrengen.’ Dit om de actualiteit en de betrouwbaarheid van de technische documentatie te kunnen garanderen. En dat is weer belangrijk voor de serviceorganisatie van Lely, zeker als het aantal generaties van een product toeneemt. Andere modules die bij Lely op de nominatie staan voor toevoeging aan PLM, zijn PTC Windchill Cost, voor het monitoren van de kostprijs tijdens ontwikkeling, en LCA, om al in een vroeg stadium lifecycle analyses te kunnen uitvoeren. Michael Distler van PTC: ‘Met LCA kun je de milieu-impact van het product over de gehele lifecycle bepalen. Je kunt er ‘what if games’ mee spelen: wat als ik een duur product in Duitsland laat maken, of juist een goedkoop product in China, met extra transportkosten en dus een hogere carbon footprint?’

Interface

Een pluspunt van PLM, met PTC Windchill, vindt Boelens dat na de basisimplementatie eenvoudig modules zijn toe te voegen, zonder dat Lely veel maatwerk nodig heeft. Als aandachtspunt noemt hij de gebruikersvriendelijkheid. ‘Voor engineers is het prima software, maar in de rest van ons bedrijf is die voor niet-techneuten wel eens lastig in het gebruik.’ Distler erkent dat PTC Windchill een technische achtergrond heeft, maar geeft aan dat er al grote slagen zijn gemaakt. ‘Voor PTC Windchill 10 heeft de gebruikersinterface een grote revisie gekregen en is die gebruikersvriendelijker geworden. Niet alleen om de productiviteit van bestaande gebruikers te verhogen, maar ook om het voor medewerkers die er slechts sporadisch mee werken eenvoudiger te maken, zodat ze niet meer met engineering hoeven te bellen voor hulp. De uitdaging voor ons is nu om de interface nog meer grafisch te maken en geschikt voor mobiele devices. We hebben onlangs een app voor de iPhone en de iPad geïntroduceerd.’

Benieuwd naar het volledige artikel? Lees dit dan hier terug in Link Magazine.

Benieuwd of GPO Solutions ook deuren voor u kan openen?

neem contact op